Pilot INPP schoolprogramma

Pilot INPP schoolprogramma op basisschool De Wieken, Schiedam


Sinds 2000 geef ik in Nederland de eendaagse cursus voor leerkrachten in het gebruik van het INPP schoolprogramma. In 2008 kwam ik tijdens deze cursus in contact met Linda de Vries, IB/er op de basisschool De Wieken te Schiedam. Linda was erg enthousiast en is met de directrice van haar school, Saskia Mak, gaan praten of er een mogelijkheid zou zijn om op deze school een pilot te doen.

In november 2009 heeft het hele lerarenteam van Wieken 1 en een aantal leerkrachten van Wieken 2 theoretisch en praktisch het hele INPP schoolprogramma doorlopen. Zij moesten alle oefeningen van het programma (26 stuks) zelf doen om de reflexbewegingen te zien en te voelen. Dat alle leerkrachten de oefeningen moesten doen was belangrijk omdat zij uiteindelijk zelf de kinderen moeten instrueren en helpen bij de uitvoering van de oefeningen.

Het INPP- schoolprogramma is een programma van bewegingsoefeningen die in een bepaalde volgorde uitgevoerd moeten worden. Met deze oefeningen worden reflexen nagebootst die een baby in zijn of haar eerste levensjaren (beginnend tijdens de zwangerschap) aangeleerd krijgt.

Het is belangrijk dat deze reflexen in een bepaalde volgorde worden geleerd en onder controle gebracht. Wanneer dit niet het geval is, en dat komt regelmatig voor, heeft dit een storend effect op de ontwikkeling van de grove en fijne motoriek. Dit heeft weer gevolgen voor de sociale ontwikkeling van het kind en daardoor vaak ook op het leervermogen. Door het INPP schoolprogramma worden eventuele verstoringen in het leerproces van de baby en kleuter hersteld, wat een direct en positief effect heeft op het welzijn van het kind. Aantoonbaar worden kinderen daardoor zelfverzekerder in hun houding en gedrag wat rechtstreeks positieve effecten heeft op hun lichamelijke ontwikkeling en hun leren. Bovendien is er ook een positief effect door de routine van dagelijkse lichamelijke oefening.

Het hele programma duurt ongeveer één schooljaar. Elke dag dat de kinderen op school zijn wordt een groep van 4 oefeningen per keer gedaan gedurende 6 weken. Dit vergt per dag ongeveer 10 minuten. Na elke periode komt er een volgende groep van 4 oefeningen ook gedurende 6 weken. Door de volgorde, de dagelijkse herhaling en de soort oefeningen krijgen de hersenen de kans om de gemaakte bewegingen op te slaan en te automatiseren. Deze bewegingen bootsen de primitieve en posturale reflexen na die een baby of peuter bij normale ontwikkeling in een vaste volgorde aangeleerd heeft.

Begin januari 2009 heb ik met hulp van andere INPP therapeuten alle kinderen van Wieken 1 en groepen 1-2 en 3 van Wieken 2 de INPP testbatterij afgenomen. De uitkomsten hiervan zijn gehanteerd als 0-meting voor de pilot. Bij elkaar waren dit 155 kinderen (96 in de onderbouw en 59 in de bovenbouw).

Half januari werd gestart met de dagelijkse uitvoering van de oefeningen. Ik kwam op school en deed voor elke groep de oefeningen voor, waarna de kinderen ze zelf gingen doen met hulp en aanwijzingen van de leerkracht en mijzelf. Hierna gingen de leerkrachten elke dag met hun klas in het speellokaal of de gymzaal deze groep oefeningen doen met de kinderen. Het team op Wieken 1 had zelf een weekschema voor het gebruik van het speellokaal hiervoor opgesteld. Elke 4 tot 6 weken kwam ik een dagje terug om de nieuwe groep oefeningen voor te doen en aan te leren.

Na een aantal maanden waren er bij de een aantal leerkrachten al positieve geluiden te horen zoals “rustiger” als groep in de klas of op het schoolplein”, “beter bewegen”, “meer bewust van hun lijf”, “meer op niveau wat tekenen betreft”, enz.

Na de zomervakantie 2009 zijn bij Wieken 2 één groep 1-2 en groep 3 afgevallen en bij Wieken 1 is één groep 1-2 opnieuw begonnen met het programma. De rest van de groepen hebben de laatste oefenperiode van vóór de vakantie herhaald en hebben in dit schooljaar het programma afgemaakt. Doordat aansluitend op vakanties een aantal periodes een tijdje niet waren gedaan, moesten deze opnieuw aangeboden worden. Dit heeft het programma wat langer dan een schooljaar laten duren. Op zich was dit niet erg omdat door de herhaling de oefeningen beter in de hersenen opgeslagen konden worden en zo de reflexen beter onder controle werden gebracht.

In juni 2011 waren alle klassen klaar met het oefenprogramma en heb ik, met dezelfde INPP therapeuten die de 0 test hebben afgenomen, de kinderen opnieuw getest. Ik heb toen alleen de kinderen getest die ik anderhalf jaar eerder ook had getest. Bij elkaar waren dit nu 100 kinderen (47 in de onderbouw en 53 in de bovenbouw).

De resultaten van beide afgenomen tests heb ik per kind uitgewerkt en naast elkaar gezet. Daarna heb ik de reflexscores per klas bij elkaar gevoegd. Tot slot heb ik de reflexscores van de kinderen die de test hebben gedaan in de leeftijd van 4 tot 7 jaar bij elkaar gevoegd en van de kinderen van 7 jaar en ouder.

Duidelijk is te zien dat bij vrijwel alle kinderen, en zeker per groep, de reflexscores significant zijn verbeterd (hoe lager de score, met score 0 als beste resultaat, des te beter het reflexprofiel) Dit houdt in dat de kinderen door het programma de reflexen beter onder controle hebben gekregen en daardoor dus ook beter zijn gaan presteren op aspecten als motoriek en leervermogen.

Ik heb slechts enkele kinderen die wel aan de nulmeting hadden deelgenomen maar die tussentijds gestopt waren met het programma de eindtest af kunnen nemen. Dit waren er helaas te weinig om als representatieve controlegroep te kunnen dienen. Onderaan dit artikel vindt u de testresultaten.

Hoewel vrijwel alle kinderen in aan het begin van het programma enthousiast begonnen bleek toch dat naarmate het programma vorderde de kinderen het minder leuk vonden. De leerkrachten hebben echter goed doorgezet en toch de oefeningen zoveel mogelijk wel elke dag gedaan. De leerkrachten melden na afloop dat vnl. op het gebied van schrijven zij wel duidelijke vooruitgang zagen bij een aantal kinderen. Gemeld wordt ook dat de kinderen beter luisteren en minder fel op elkaar reageren waardoor de samenwerking beter wordt. Bij sommige groepen was het lezen ook goed vooruitgegaan.

Mijn dank gaat uit naar Linda en Caroline voor hun ondersteuning bij het opzetten en voltooien van het programma en natuurlijk ook naar alle leerkrachten die het zo geweldig hebben volgehouden om elke dag met hun klas de oefeningen te doen in het belang van hun leerlingen.

Ik hoop dat Wieken 1 en 2 op basis van de resultaten en hun eigen ervaringen het INPP schoolprogramma voor de groepen 1-2 en 3 in hun curriculum houden om de verbeteringen die dit oplevert voor de ontwikkeling van hun kinderen ook voor de toekomst te behouden.

Testresultaten pilot INPP schoolprogramma De Wieken, Schiedam
Verklaring van de reflexscores:

score 0: reflex is niet aanwezig/volledig geremd en zal dus geen problemen veroorzaken
score 1: reflex is minimaal aanwezig/bijna geheel geremd maar zal nauwelijks problemen veroorzaken
score 2: reflex is aanwezig/gedeeltelijk geremd en veroorzaakt mogelijk (lichte) problemen
score 3: reflex is duidelijk aanwezig/weinig geremd en veroorzaakt mogelijk duidelijke problemen
score 4: reflex is volledig aanwezig/niet geremd en veroorzaakt mogelijk veel problemen

Hoe lager de scores, des te beter is het reflex-profiel; Het kind kan zich dan tot zijn/haar volle potentieel ontwikkelen.