Artikel uit J/M - vakblad voor ouders

Onderstaand artikel werd gepubliceerd in J/M - vakblad voor ouders juni 2001
Door Anne Elzinga / foto Anthony Donner

'We verrichten geen wonderen, maar zetten het gereedschap in het hoofd recht'

 



Nieuwe therapieën voor kinderen met leer- en gedragsproblemen schieten als paddestoelen uit de grond. Als ouder zie je vaak door de bomen het bos niet meer. Uit het woud van alternatieve, erkende en niet erkende maar altijd veelbelovende behandelmethodes licht J/M twee rijzende sterren. Vorige maand was dat de B.S.M-de Jongmethode. Deze keer de Neuro Ontwikkelingstherapie (NOT).

De Neuro Ontwikkelingstherapie (NOT) gaat er vanuit dat sommige leer- en gedragsproblemen voortkomen uit een verstoorde reflexbeheersing, vertelt Marjolein Aarten, één van de twee NOTherapeuten die ons land telt. Vanaf negen weken na de conceptie tot in het eerste levensjaar worden reflexen ontwikkeld die een baby helpen zijn eerste maanden te overleven. Aarten noemt als voorbeeld de Moro- of schrikreflex. Deze primaire reflex is heel goed te zien bij een pasgeborene. Als je een baby op zijn rug vasthoudt, het hoofdje ondersteunt en het dan plotseling een stukje laat zakken, zal het kind vanzelf de armen spreiden en z'n adem inhouden. Vervolgens gaat hij om hulp en aandacht schreeuwen. Tijdens het opgroeien moet een kind leren zijn zintuigen te gebruiken om een situatie op mogelijke gevaren te beoordelen. Ontwikkelt hij geen volwassen schrikreflex, dan zal hij steeds - automatisch - te alert op alles reageren. Doordat hij overladen wordt met allerlei prikkels, wordt het kind op den duur hypergevoelig. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld allergieën, hyperactiviteit, of een overgevoeligheid voor licht en geluid.

'Als een kind geen volwassen schrikreflex ontwikkelt, zal hij steeds -automatisch- té alert op alles reageren. Daardoor wordt het op den duur hypergevoelig'.

Bij een normale ontwikkeling doorloopt een kind die automatische bewegingen vóór hij één jaar oud is: daarna zijn ze onder controle gebracht van een hoger deel van de hersenen. Door een ongeluk of emotionele gebeurtenis tijdens de zwangerschap of het eerste levensjaar, kan er echter een stoornis optreden in dit beheersingsproces. De primitieve reflexen verdwijnen dan niet, het kind blijft erin 'hangen'. Als dat bij meerdere reflexen het geval is, kan zo'n ontwikkelingsstoornis invloed hebben op het latere functioneren: op de manier van informatieverwerking, motoriek, oogbeweging, ruimtelijke oriëntatie of verbale en schriftelijke expressiemogelijkheden. 'Kinderen met zo'n stoornis kunnen er op allerlei gebieden last van hebben,' legt Aarten uit. 'Het zijn onder andere de klassiek onhandige types, de bedplassers, hyperactieven of kinderen die niet goed kunnen lezen of schrijven. Sommigen van hen krijgen veel te snel het stempel ADHD of dyslexie opgedrukt. Dat kunnen ze natuurlijk best hebben, maar soms kan dit gedrag het gevolg zijn van actief gebleven reflexen. Als die weer in de goede volgorde zitten, blijken veel problemen vaak vanzelf te verdwijnen.'

 

Reflexen rechtzetten

Door specifieke bewegingsoefeningen te doen, leren de NOT-cliëntjes afwijkende reflexen onder controle te krijgen. Aarten: 'Die oefeningen bootsen als het ware de reflexen na. Door ze vaak te doen, zullen de reflexen na verloop van tijd in de goede volgorde in de hogere hersenen worden opgenomen.' Zo wordt het centrale zenuwstelsel versterkt en kan het kind primitieve bewegingen leren beheersen. Daardoor nemen ook zijn leermogelijkheden toe. 'Wij zetten het gereedschap in het hoofd recht zodat het leren effectief kan zijn.' Om dat te bereiken moet er wel gewerkt worden. Voor elk kind wordt een persoonlijk dagelijks oefenprogramma opgesteld. Dit moet thuis worden uitgevoerd, op blote voeten en in soepel zittende kleding. Per cluster van zes tot acht weken worden één of hooguit twee reflexen getraind. Om de schrikreflex onder controle te krijgen, schrijft Aarten bijvoorbeeld een oefening voor waarbij het kind in foetushouding drie rondjes van elk één minuut in een draaistoel moet maken. Na die drie keer worden de armen en benen omgedraaid (nu ligt de rechterkant boven in plaats van de linkerkant) en volgen er weer drie rondjes. Behalve op de Moro-reflex werkt deze oefening ook op andere reflexen. 'De trainingen hebben altijd effect op een groepje reflexen. Alle oefeningen moeten één keer per dag gedaan worden. In totaal duurt het nooit meer dan tien minuten. Maar het moet wel iedere dag. Daar staat of valt het programma mee. 'De goede reflexen moeten immers opnieuw inslijten. En dat kost training en tijd. Een indicatie van de duur van de behandeling is vooraf niet te geven: dat hangt sterk af van het vermogen van het kind om dingen aan te leren en de mate van oefenen. Gemiddeld duurt het één tot anderhalf jaar. 'We gaan door tot alle reflexen in de goede vorm en volgorde door de hersenen zijn opgenomen.'

 

Methode is nog onbekend

In tegenstelling tot Engeland, waar de Neuro Ontwikkelingstherapie al enkele decennia lang een ingeburgerd begrip is, is deze aanpak bij ons nog niet zo bekend. Marjolein Aarten volgde haar opleiding bij het Engelse Institute for Neuro Physiological Psychology. Vervolgens opende zij in 1999 een praktijk in Leidschendam. De enige andere NOT-therapeut werkt in Amsterdam. Inmiddels heeft Aarten 56 cliënten in behandeling (gehad), voor het merendeel kinderen met leer- en gedragsproblemen. Zoals bijvoorbedd dyslexie- en ADHD-symptomen of problemen met lezen, schrijven en de coördinatie. Haar cliënten krijgt Aarten voornamelijk via basisscholen en mond-op-mondreclame. Daarnaast geeft ze lezingen. Dat lijkt vruchten af te werpen: zij krijgt inmiddels aanvragen van ouders uit het hele land. Toch is het niet makkelijk om een plaats te verwerven tussen alle erkende therapieën. 'Je komt er haast niet tussen,' verzucht ze. 'Veel artsen en hulpinstanties kennen onze methode niet. Vaak wordt gezegd dat de reguliere hulpverleners, zoals remedial teachers en fysiotherapeuten, voldoende hulp kunnen bieden. Ik probeer dan uit te leggen dat ik niet in plaats van, maar als aanvulling op dit reguliere circuit werk. Kinderen die goed functioneren na remedial teaching of fysiotherapie hoef ik niet te zien. Het gaat mij echter om de kinderen die na verloop van tijd weer terugvallen: voor hen kan de NOT uitkomst bieden.' Dat komt, volgens Aarten, omdat de NOT de oorsprong van de problemen aanpakt, terwijl de reguliere therapieën zicb vooral richten op de symptomen. 'Voor sommigen werkt dat prima. Maar voor de groep die daar onvoldoende baat bij heeft, zouden reguliere én NOT-therapeuten meer moeten samenwerken.'

'Waren we er maar eerder aan begonnen'

De ouders van J.: 'J. presteerde tijdens de basisschoolperiode matig. Lezen, spelling en schrijven waren echte struikelblokken voor hem. Maar ook de tafels en topografie waren zwakke punten. Remedial teaching, samen thuis oefenen en een extra jaar groep 5 brachten geen verbetering. Via via hoorden wij over de mogelijkheden en resultaten van de NOT. Enkele weken na de start van de therapie merkten we tot onze verbazing al resultaten bij hem op. Hij huilde minder om van alles en nog wat, werd rustiger en kon zich beter concentreren. J. reageerde heel goed op de therapie, de veranderingen volgden elkaar snel op. Ook buitenstaanders merkten dit op. Binnen een jaar na aanvang was J. klaar met de behandeling. Nu is hij een vrolijke, open en zeifverzekerde jongen, die duidelijk lekker in zijn vel zit en zin heeft om te leren. Hij kan zelfs als één van de weinigen in zijn klas naar het VWO! Een geweldige opsteker voor hem en voor ons. Achteraf denken we: waren we er maar eerder aan begonnen. Gelukkig kunnen wij nu andere ouders wijzen op de resultaten bij onze zoon, als we weer eens van weer van "een-gevalletje-voor-Marjolein" horen.'

 

Bijna altijd succes

Uit onderzoek van het Engelse Institute for Neuro Physiological Psychology blijkt dat de NOT in 87 procent van de gevallen werkt, mits men zich aan het oefenprogramma houdt. Aarten: 'De cliënten vallen niet meer terug. Als het eenmaal goed zit, is dat voor het leven.' De therapie werkt ook voor volwassenen met gedragsproblematiek, coördinatiemoeilijkheden of op latere leeftijd ontwikkelde neurosen. Ook in gevallen waarbij er meerdere problemen spelen, kan de NOT uitkomst bieden. Zowel bij kinderen als volwassenen. 'ADHD en dyslexie kunnen we op zich nietverhelpen. Maar mensen komen wel lekkerder in hun vel te zitten, ze kunnen beter en op hun eigen niveau functioneren'. Die positieve effecten zijn vaak al in de eerste twee maanden merkbaar. Een wondertherapie dus? 'Absoluut niet,' antwoordt Aarten stellig: 'Wij verrichten geen wonderen, maar zetten recht wat eigenlijk recht hoort te zitten.'

 

Geen wetenschappelijke basis

In het vorige nummer van J/M werd de B.S.M.-de Jongtherapie uitgebreid besproken. Op het eerste gezicht lijken die therapie en de Neuro Ontwikkelingstherapie veel op elkaar. Ze richten zich beide op kinderen met leer- en gedragsstoornissen, en proberen effect te sorteren door het laten verrichten van dagelijkse oefeningen. Bovendien claimen ze allebei een hoog slagingspercentage. Het grootste verschil lijkt te zitten in de invalshoek. Waar de B.S.M.-de Jongtherapie de oorzaak van leer- en gedragsproblemen in een verstoorde prikkeloverdracht zoekt, gaat de NOT uit van een stoornis van de reflexontwikkeling. De behandeling van de een is daarom vooral gericht op het stimuleren van een betere prikkeloverdracht, terwijl de ander zich richt op het 'rechtzetten' van afwijkende reflexen. Bij beide draait het er uiteindelijk om dat de kwaliteit van het centrale zenuwstelsel verbetert, waardoor het kind beter gaat functioneren. Op zoek naar de meest geschikte therapie is het eigenlijk praktisch om het even waar ouders voor kiezen.
Zowel de Neuro Ontwikkelingstherapie als de B.S.M.-de Jongtherapie behoren tot de vele nieuwe behandelmethoden die de laatste jaren het licht hebben gezien. Niet iedereen is even enthousiast over dit soort alternatieve therapieën. Zo stelt Arga Paternotte, hoofdredacteur van Balans Belang, het blad van de landelijke vereniging voor ontwikkelings-, gedrags- en leerproblemen Balans, dat zij hier niet snel reclame voor zal maken, omdat het effect van de methodes vaak erg onduidelijk is. 'Het is gewoon handel, ook omdat de huidige voorzieningen onvoldoende zijn en de reguliere geneeskunde ook niet alle antwoorden heeft. Er is veel grijs in dit alternatieve circuit. Er zitten zeer goedbedoelende mensen tussen, maar ook regelrechte charlatans.' Haar grootste bezwaar is dat deze methoden een wetenschappelijke basis missen. 'Ze pretenderen meer dan ze waar kunnen waarmaken. De indruk wordt gewekt dat de therapie voor allerlei verschillende problemen een oplossing heeft. Maar dergelijke stoornissen hebben meestal zeer gecompliceerde achtergronden. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat daar simpele, kant-en-klare antwoorden op zijn.' De alternatieve behandelingswijzen geven ouders hoop, moed, aandacht en begrip. Arga Paternotte kan zich heel goed voorstellen dat mensen - vaak ten einde raad - hierbij hun heil gaan zoeken. 'Er is op zich niks mis mee als ouders denken dat hun kind er baat bij heeft. Als je er echt in gelooft, werkt het ook. Maar er zijn geen bewijzen. Ik heb nog nooit van ouders gehoord dat het op den duur ook effectief bleef. Wel heb ik aanwijzingen dat er van de werking na verloop van tijd niet veel meer is te merken.' Documentatie of cijfers daarover zijn echter niet voorhanden. Paternotte zou graag zien dat de alternatieve sector zelf onderzoek initieert naar de effecten van hun methoden op langere termijn. 'Het is niet zo dat wij per definitie tegen nieuwe behandelingswijzen zijn. De reguliere geneeskunde omarmt heel snel alternatieve therapieën die gebaseerd zijn op goede hypotheses en betrouwbare verklaringen. Zolang dat niet het geval is, geven wij de voorkeur aan reguliere therapieën, waarvan de werking wél in de praktijk en uit onderzoek is bewezen. Volgens NOT-deskundige Maijolein Aarten is deze houding 'nogal kortzichtig.' Ze vindt het niet juist dat Balans blijkbaar alle alternatieve therapieën over één kam scheert en ze bij voorbaat al geen eerlijke kans geeft. 'Van de Neuro Ontwikkelingstherapie kunnen ze niet veel afweten, want noch ik, noch mijn collega heeft ooit met hun daarover gesproken. Prima als je er tegen gekant bent, maar dan graag wel op goede gronden!'